Het Grote Zelfportret
30 bij 60 meter. Kalk op gras langs de IJssel. Mijn gezicht, groter dan ik ooit durfde te zijn.
Kalk – wat de bodem ziet wanneer we verdwenen zijn. Wat overblijft in lagen, in sediment, in de stille getuigenis van tijd. Ik teken mezelf met het materiaal van vergankelijkheid, met wat de aarde kent als herinnering.
Dit portret hekelt de grootheidswaanzin van de architect. Van míjn vak. Wij bouwen alsof we blijven, ontwerpen alsof onze visie eeuwig is, tekenen lijnen alsof ze nooit zullen vervagen. Maar hier, uitgespreid over het gras, bekent mijn gezicht de waarheid: we zijn maar even aanwezig.
30 bij 60 meter ego, opgelost door de eerste regenbui. Monumentaal en nietig tegelijk.
De IJssel stroomt onverschillig verder, heeft al duizend gezichten zien komen en gaan, zal er nog duizend meer zien verdwijnen.
Regen zal me wegspoelen. Wind zal me uitwissen. Voeten zullen door me heen lopen.
En dat is goed. Dat is eerlijk.
Want architect zijn betekent niet dat je blijft – het betekent alleen dat je even mocht vormgeven aan de ruimte die toch nooit van jou was.
We zijn golven in de rivier, gezichten in de kalk.
Generaties stromen door elkaar heen – wat ik ben kwam van anderen, wat ik geef gaat naar anderen. In het vervagen word ik deel van de stroom die nooit ophoudt.
________________________________________
Maartje van den Berg, architect bij Blossom Architecture & beeldend kunstenaar



